Antoni van Leeuwenhoek Al meer dan 100 jaar voorop lopen

Antoni van Leeuwenhoek Al meer dan 100 jaar voorop lopen

 

Al meer dan 100 jaar loopt het in Amsterdam gevestigde ziekenhuis en onderzoeksinstituut, het Antoni van Leeuwenhoek, voorop in onderzoek naar en de behandeling van kanker. Het ziekenhuis werd dankzij particuliere giften in 1913 opgericht. Toen bood het plaats aan 17 patiënten en 10 wetenschappers in een oud bankgebouw aan de Keizersgracht. Inmiddels behoort het Antoni van Leeuwenhoek met 650 wetenschappers, 185 medische specialisten, 180 ziekenhuisbedden en een polikliniek tot de top 10 kankercentra in Europa. Maar ook vandaag de dag blijven particuliere donaties essentieel om het belangrijke kankeronderzoek voort te kunnen zetten.

Jaarlijks krijgen in Nederland 120.000 mensen de diagnose kanker. Wereldwijd zijn dat er 18 miljoen. Gelukkig zijn de vooruitzichten van mensen met kanker dankzij verbeterde diagnostiek en behandelingen steeds beter geworden. Bijvoorbeeld door immuuntherapie, een behandeling die ervoor zorgt dat het eigen afweersysteem kankercellen beter kan vernietigen. Het blijkt de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen jaren te zijn binnen de behandeling van kanker met goede en soms spectaculaire resultaten. Nationaal en internationaal wordt onderzoek gedaan naar de behandeling van kanker met immuuntherapie en werken onderzoeksinstituten samen. Het Antoni van Leeuwenhoek heeft een voortrekkersrol in onderzoek naar en behandeling met immuuntherapie. 

Immuuntherapie geeft hoop

Sinds immuuntherapie in 2012 een geregistreerde behandeling tegen kanker werd, is er veel veranderd. Internist prof. dr. John Haanen, hoogleraar Translationele immuuntherapie, werkzaam bij het Antoni van Leeuwenhoek, spreekt zelfs van een nieuw paradigma (stelsel van met elkaar samenhangende wetenschappelijke theorieën). ‘En het mooie is: immuuntherapie geeft hoop. We kunnen sommige patiënten tóch helpen. Hun vooruitzichten zijn opeens veel minder negatief.’ Zo kan het gebeuren dat een patiënt met uitgezaaid melanoom, die zonder immuuntherapie zeker zou komen te overlijden, nog jaren in leven blijft. ‘Bij sommige van mijn patiënten durf ik zelfs wel te zeggen dat ze genezen zijn’, zegt Haanen. ‘Patiënten met uitgezaaid melanoom, soms in de hersenen, die langer dan tien jaar overleven zonder dat de ziekte terugkeert… dat is ongekend. Sommige patiënten hoeven van mij niet eens meer op controle te komen.’

Van twijfels naar succes 

Zo’n positieve sfeer rond immuuntherapie was er zeker niet altijd. ‘Het onderzoek ernaar kent een heel lange geschiedenis’, vertelt de hoogleraar. ‘Al in de jaren tachtig werden de eerste experimenten in het lab gedaan, ook in het Antoni van Leeuwenhoek. Maar dat de therapie nu niet meer is weg te denken, had niemand ooit voor mogelijk gehouden. ‘Veelbelovend, maar het wordt toch nooit wat – dat was eerder de houding’, herinnert Haanen zich. ‘Nu zal zelfs de grootste scepticus erkennen dat immuuntherapie de meest belangrijke stap in de behandeling van kanker is sinds chemotherapie.’

Immuunsysteem inschakelen

Wat maakt immuuntherapie nou eigenlijk zo anders dan bijvoorbeeld chemotherapie of doelgerichte therapie? Haanen: ‘Alle andere kankerbehandelingen richten zich rechtstreeks op de kanker zelf. Je kunt een tumor bijvoorbeeld wegsnijden, bestralen of er medicijnen op afsturen die de kankercellen doden. Maar immuuntherapie werkt wezenlijk anders: je schakelt het immuunsysteem in om de kankercellen op te ruimen.’ Deze omweg heeft een groot voordeel. ‘Als het immuunsysteem erin slaagt om de tumorcellen te herkennen en te doden, dan kan dat effect heel lang aanhouden. Medicijnen werken maar tijdelijk, zodra je stopt met behandelen kan de kanker dus weer gaan groeien. Bij immuuntherapie blijft het effect bij een deel van de patiënten ook ná het stoppen van de behandeling aanhouden.’

Meer patiënten helpen

Helaas kunnen nog lang niet alle patiënten profiteren van immuuntherapie. ‘De behandeling is nog niet voor alle vormen en stadia van kanker geschikt. En zelfs als mensen er wel voor in aanmerking komen, heeft gemiddeld maar 15 tot 20% er baat bij’, nuanceert Haanen. ‘Maar we snappen steeds beter waarom sommige groepen patiënten niet reageren en zullen gelukkig steeds beter in staat zijn om precies die patiënten aan te wijzen bij wie immuuntherapie nut heeft.’ Wereldwijd, ook in het Antoni van Leeuwenhoek, werken onderzoekers aan manieren om meer patiënten van immuuntherapie te laten profiteren. ‘Of immuuntherapie ooit de belangrijkste behandelvorm voor kanker gaat worden, is niet te voorspellen. Maar het aandeel en succes ervan zal zeker groeien.’ Ook combinaties met andere behandelvormen, zoals chemotherapie, doelgerichte behandeling, chirurgie en bestraling, kunnen ervoor zorgen dat de overleving verbetert.

Uitzaaiingen voorkomen

Nog een manier om méér patiënten te helpen met immuuntherapie, is de behandeling in een vroeger stadium in te zetten. Haanen: ‘We zijn ooit begonnen bij patiënten met uitgezaaide ziekte. Maar steeds vaker zetten we immuuntherapie ook in om het ontstaan van uitzaaiingen te voorkómen, zodat er uiteindelijk minder mensen aan kanker overlijden. Hij legt uit hoe het werkt. ‘De chirurg verwijdert de tumor en daarna geven we zogenoemde adjuvante immuuntherapie. Die moet eventueel achtergebleven tumorcellen opruimen zodat die niet alsnog kunnen uitgroeien.’ Een andere variant is neo-adjuvante immuuntherapie. ‘Dan geven we al vóór de operatie de immuuntherapie die bedoeld is om uitzaaiingen te voorkomen’.

Stroomversnelling door nieuwe technieken

Over de toekomst is Haanen zeer hoopvol gestemd. ‘Er zijn door nieuwe technieken zoveel meer mogelijkheden om te gaan begrijpen hoe dingen in elkaar steken. DNA-onderzoek, eiwitonderzoek: het kan tegenwoordig allemaal verschrikkelijk snel. Dat heeft het hele onderzoeksveld in een stroomversnelling gebracht. Als onderzoekers maken we daar maximaal gebruik van. We mogen er trots op zijn dat wij als onderzoeksinstituut op internationaal niveau bijdragen aan de verbetering van immuuntherapie. En er zullen hopelijk nog vele doorbraken volgen – we staan nog maar aan het begin.’

Antoni van Leeuwenhoek, Plesmanlaan 121, 1066 CX Amsterdam, www.avl.nl


Redacteur
Antoni van Leeuwenhoek Foundation
Bert Vredeveld
Heb je een vraag?

Bert Vredeveld