Beter ouder worden met cultuur

Beter ouder worden met cultuur

 

De menselijke raderen in beweging houden

Ouder worden gaat gepaard met verlies: van mensen, van levensenergie en van functies. Een belangrijk deel van dit verlies kan worden gecompenseerd via sociale activiteiten. Cultuur en kennisverwerving blijken ideale manieren om nieuwe vriendschappen te sluiten en nieuwe levensvreugde te vinden. Verschillende stichtingen helpen ouderen daarbij. Uit onderzoek blijkt dat hun dienstverlening een essentieel verschil kan maken in het behoud en zelfs toename van levenskwaliteit.  

Tekst: Jeroen Kuypers 

In haar totaliteit is de Nederlandse bevolking aan het vergrijzen maar in de wijze waarop we dat verouderen ervaren zijn de senioren even divers als de jongere generaties. Er zijn mensen die weliswaar niet meer werken maar voor de rest een even actief leiden als vóór het pensioen; er zijn er die alleen komen te staan en gebreken krijgen, maar, met wat hulp, zelfstandig blijven wonen; en er zijn er die in een verzorgings- of verpleeghuis terechtkomen. Vier het Leven, de stichting waarvan Annerieke Vonk directeur/oprichter is, richt zich op de groep zelfstandig wonende ouderen en helpt hen bij het bezoeken van voorstellingen in het theater, museum, concert, de bioscoop of de opera. 

Obstakels

“Het klinkt simpel: je bestelt een kaartje en je verlaat ’s avonds je woning, maar in realiteit lopen ouderen tegen tal van obstakels aan. In de eerste plaats zien veel mensen er tegenop alleen te gaan, omdat hun partner is overleden en hun sociaal netwerk te klein is geworden. In de tweede plaats rijdt er ’s avonds laat vaak geen bus meer of sta je met je rollator een half uur in de regen te wachten op het bestelde vervoermiddel. En tenslotte is digitaal reserveren voor jongeren een gemak maar voor ouderen vaak een bijkomende drempel. Door hulp van een vrijwilliger worden al die obstakels weggenomen en kunnen ouderen genieten van een cultureel avondje uit, als vanouds. Hoe vaker ze dat doen, hoe spraakzamer ze worden tegen anderen en hoe groter de kans dat ze tijdens zo’n uitstapje nieuwe contacten opdoen.”

<“Onder onze toehoorders bevinden zich ouderen met een hogere opleidingen maar evengoed mensen die nooit veel scholing hebben gehad. Belangrijk is niet je opleidingsniveau maar je leergierigheid.”>

Certificaten

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ons brein voortdurend nieuwe uitdagingen moet krijgen om soepel en functioneel te blijven. Niets beters dan op latere leeftijd een nieuwe taal aanleren. Om te behouden wat je hebt moet je dus ook blijven vernieuwen, om niet in vergeetachtigheid te verzinken is input van nieuwe kennis een prima medicijn. Dat is dan ook het uitgangspunt van de stichting Oud Geleerd, Jong Gedaan, waarvan Enny van Arkel zowel de medeoprichter als de directeur is. “Wij laten studenten of afgestudeerden colleges geven over hun vakgebied aan ouderen. Veel senioren zijn heel nieuwsgierig naar thema’s als kunstmatige intelligentie of ruimtevaart maar hebben geen idee hoe ze zich daarover kunnen informeren buiten de televisie of de krant. Via zo’n college worden ze op hun niveau bijgepraat over de ontwikkelingen en uitgedaagd hun eigen kennis of mening te geven. Onder onze toehoorders bevinden zich ouderen met een wetenschappelijke opleiding maar evengoed mensen die nooit veel scholing hebben gehad, meestal omdat ze van thuis niet mochten, en die nu het gevoel hebben dat ze iets inhalen. Belangrijk is niet je opleidingsniveau maar je leergierigheid. We organiseren colleges over allerlei onderwerpen, evengoed over geschiedenis als over wiskunde. De deelnemers worden enthousiast over wat ze leren maar ook over het feit dat ze thuis weer eens wat nieuws te vertellen hebben. ‘Ik heb nooit geweten waarom Van Gogh zijn oor afsneed, wil jij dat ook eens horen?’.” 

<”Het positieve effect van een concert beperkt zich niet tot de duur van een middag. Het ijlt na, gemiddeld wel zes dagen lang.“> 

Opnieuw jong

Een avondje theater of een college volgen is niet voor iedere oudere een haalbare optie. Zeker onder de tachtig plussers kampt een aanzienlijke groep met lichamelijke gebreken of met geestelijke achteruitgang. Muziek in Huis, de stichting die klassiek musicus Nico de Gier in 1999 oprichtte, organiseert huiskamerconcerten in tehuizen. “Mij valt tekens weer op hoezeer de mensen opleven bij zo’n concert. Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg was van een vrouw die, naar aanleiding van het optreden van een jazztrio, opmerkte dat ze opnieuw het gevoel had verliefd te zijn. In hun geest voelen veel ouderen zich namelijk helemaal niet zo oud. Muziek is in staat hen de lichamelijke ouderdom even te laten vergeten, ze zich werkelijk weer jong te wanen. Bovendien is dat positieve effect van een concert niet beperkt tot de duur van een middag. Het ijlt na, gemiddeld tot wel zes dagen lang. “ 

Iedereen baat bij

Pieternel van Amelsvoort, artistiek leider van Diva Dichtbij, beaamt dit. De stichting die zij heeft opgericht verzorgt optredens van zangers en zangeressen in huiskamers van verpleeghuizen bij mensen individueel aan bed. Het zijn interactieve optredens waarbij actief contact gemaakt wordt met de toehoorders., waarbij zowel liederen uit het klassieke,  het Nederlandstalig repertoire, net zo goed als muziek van The Beatles, Franse chansons en desgewenst ook Turks of Arabisch repertoire ten gehore worden gebracht. Ze zingen wat de mensen op dat moment graag willen horen. Regelmatig zingen ze ook aan het sterfbed van iemand met familie erbij. Ze zien de stervende dan ontspannen en de familie heeft een dierbare herinnering voor het leven.. “Wij zoeken artiesten die dicht bij zichzelf staan en zo in staat zijn emoties in beweging te brengen. Mijn mooiste compliment kwam van een vrouw die in het tehuis was opgenomen met depressieve klachten. Hoe langer het optreden  duurde, hoe meer ze opleefde. Aan het eind ervan was ze met iedereen om haar heen contact aan het maken. Cultuur is dus in staat mensen te activeren, en de positieve effecten daarvan beperken zich niet tot bewoners zelf. Hoe beter die zich voelen, hoe beter ze ook slapen, hoe minder medicijnen hoeven te worden toegediend, hoe rustiger de nacht voor de verpleegster die dan dienst heeft. De stemming verbetert, op de volledige afdeling, want iedereen heeft er baat bij als bewoners zich gelukkiger voelen.” 

<”De generatie die nu in de tehuizen komt, bestaat uit mensen die kort vóór of na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren en die dus heel bewust de jaren zestig hebben meegemaakt en zelfs gemaakt. Zij zijn wat we de ‘Protestgeneratie’ noemen.”>

Wat maakt een fijne (oude) dag?

Stiching De Tijdmachine heeft als missie dat iedereen in Nederland op eigen wijze kan vergrijzen. Om er achter te komen wat dat is spreekt de stichting ieder jaar duizenden ouderen in een heuse Tijdmachine. Conclusie: Die fijne (oude) dag is zeer gevarieerd, want zelfs de groep die niet langer zelfstandig woont is zeer gemêleerd en past bovendien nauwelijks in het traditionele plaatje dat de jongere generaties zich vaak van ‘de’ oudere hebben gevormd. 

 “Maar de oudere die is opgegroeid in de tijd van de verzuiling en die zich strikt voegde naar de regels van de katholieke of protestante kerk is grotendeels verleden tijd. De nieuwe generatie ouderen bestaat uit mensen die kort vóór of na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren en die dus heel bewust de jaren zestig hebben meegemaakt en zelfs gemaakt. Zij zijn wat we de ‘Protestgeneratie’ noemen, mensen met een eerder rebelse dan volgzame inslag. Deze groep heeft het leven veel meer zelf ingericht, steeds meer vrouwen hebben gestudeerd en cariere gemaakt, er werd meer gereist en het cuturele interesses werden diverser. 

Uit de gesprekken in De Tijdmachine kwam o.a. naar voren dat veel ouderen het culturele aanbod wel wat stevig mocht. Wat meer Rock and Roll zoals is de dancing en instuif van vroeger. Hierop is heeft de stichting samen met een groep ouderen Gouwe Ouwe ontwikkeld.  Gouwe Ouwe neemt ouderen even terug naar de tijd van toen. In het decor van de dancing van weleer wordt samen gezongen, gedanst en gesjanst op livemuziek gespeeld door beroepsmuzikanten. Van meezingers en tranentrekkers tot rock and roll; Gouwe Ouwe is een muzikale reis door de sixties en seventies! Inmiddels draaien we Gouwe Ouwe op meer dan 150 plekken in Nederland en ontmoeten ouderen elkaar zowel in het verpleeghuis als in buurt- en dorpshuizen. 

Vooroordelen wegnemen

Wat deze vijf stichtingen gemeen hebben, is dat ze ouderen in verschillende woonsituaties cultuur brengen, ofwel letterlijk aan huis, ofwel door de drempels te slechten die hen uit huis kunnen brengen. Maar zoals de positieve effecten van deze culturele uitingen zich niet beperken tot de direct aangesprokenen zelf, en zich ook tot hun verzorgers uitstrekken, zo begrenzen ze zich niet tot de oudere generatie zelf. “Wij  merken dat babyboomers zich graag als vrijwilliger aanmelden,” zegt Annerieke Vonk. “En de ouderen vinden het heel bijzonder dat een jongere zich over hen ontfermt. . Zo kunnen vriendschappen ontstaan, want het leeftijdsverschil is niet zó groot en de gedeelde interesse is er al. Contacten leggen tussen de generaties is sowieso positief, want in onze samenleving leven die in toenemende mate langs elkaar heen. Veel is gesegregeerd. Ook als ouderen nog heel actief en vitaal zijn gaan ze bijvoorbeeld naar een andere sportschool dan jongeren. Zo ontstaan vooroordelen over elkaar of blijven die in stand.” Enny van Arkel doet hetzelfde. “Soms worden de toehoorders aangenaam verrast als de jongere die binnenkomt zo’n interessante spreker blijkt te zijn. Ze dachten: ‘Die staat vol tatoeages, dus wat kan die nu te vertellen hebben?’ Maar ook omgekeerd halen onze colleges vooroordelen weg bij jongeren. De meeste van onze studenten  raken erg enthousiast over de mensen die het college bijwonen. Ze hadden nooit verwacht dat ouderen zo weetgierig konden zijn, zo geïnteresseerd in wat er nu nog allemaal speelt in hun vakgebied.” 

<”Voor elke euro die wij uitgeven krijgt de samenleving er één euro en veertig cent voor terug. Dat is zelfs met de kostenverhogingen van het langer leven doorgerekend, want een oudere die gelukkiger en gezonder is kost de maatschappij natuurlijk ook een aantal jaren langer aan zorgverlening.”>

Doseren

Zo bezien leiden de activiteiten van deze stichtingen tot een olievlekwerking, een rendement dat volgens Tim Trooster ook in harde cijfers onderbouwd valt uit te drukken. “Wij van De Tijdmachine werken constant aan het meten van onze impact en werken daarin o.a. samen met verschillende onderzoeksbureaus zoals Avance Impact en LPBL. Een paar jaar geleden hebben we een groot onderzoek laten doen naar onze aanpak. Wat bleek; Voor elke euro die wij uitgeven krijgt de samenleving er één euro en veertig cent voor terug. Dat is zelfs met de kostenverhogingen van het langer leven doorgerekend, want een oudere die gelukkiger en gezonder is kost de maatschappij natuurlijk ook een aantal jaren langer aan zorgverlening. Dat rendement bereiken we ook zonder ouderen de hele dag door bezig te houden. Ten eerste hóeft dat niet, omdat de positieve gevoelens die we opwekken nog dagenlang doorwerken, maar ten tweede zou dat ook niet kunnen. Iemand van boven de tachtig beschikt nog slechts over twintig procent van de energie die hij of zij als jongere had. De ouderen moeten hun energie doseren, maar wij onze aanpakken dus ook.”  

Online alternatief

Des te treuriger dat dit goede werk zo wreed werd onderbroken door de coronapandemie. “Van de ene op de andere dag stond alles stil,” vertelt Nico de Gier. “Ik had 120 musici die ik gewoonlijk goed van opdrachten kon voorzien en voor wie ik nu niets meer kon betekenen. Natuurlijk kwam er op den duur wel weer wat op gang, online, maar een bijkomend probleem was dat wij contact onderhouden met activiteitenbegeleiders en dat die op hun beurt thuis zaten. De doelgroep zelf konden we niet bereiken.” En toch kreeg elk van de stichtingen een werkbaar online alternatief georganiseerd. “Een zangeres via Zoom, het is ons gelukt, maar zo’n optreden via internet kan toch nooit dezelfde impact krijgen als een liveoptreden,” zegt Pieternel van Amelsvoort. “En nu bijna alles weer op locatie doorgang mag vinden, worden we met een ander probleem geconfronteerd, namelijk dat van de financiering. In 2016 heeft de overheid aan de tehuizen geld ter beschikking gesteld voor culturele activiteiten zoals die van ons, maar slechts voor vijf jaar. Die termijn is voorbij en er is helaas nog geen kabinet om nieuw gelden toe te kennen.”  

De online-alternatieven zullen blijven bestaan, “maar toch meer als aanvulling dan als vervanging,” meent Annerieke Vonk. Enny van Arkel denkt dat online colleges vooral buiten de grote steden van groot belang zullen blijven. “In Amsterdam organiseren we bijeenkomsten op niet minder dan 156 locaties, van buurthuizen tot bibliotheken, maar in Friesland of Drenthe zijn die locaties natuurlijk veel dunner gezaaid. Een gestreamd college kun je ook terugkijken, dus bijkomende voordelen heeft die online evolutie zeker wel. Toch ligt de nadruk opnieuw op fysieke bijeenkomsten.” 

Dubbele uitdaging

Maar met het einde van de pandemie in zicht én met de onzekerheid over overheidsfinanciering staan deze stichtingen voor een dubbele uitdaging: de draad weer oppakken op de plekken waar ze tijdens corona toch is blijven liggen en voldoende financiële middelen vinden voor toekomstige projecten. “De rol van particuliere donateurs wordt daardoor belangrijker,” zegt Pieternel van Amelsvoort. “Wij zijn dan ook heel blij met de burgers en bedrijven die zich aan ons doel willen verbinden. Zo is er een bedrijf dat jaarlijks vijf procent van zijn winst aan goede doelen doneert en dat exclusief voor ons gekozen heeft. Zo’n ondernemer koesteren wij vanzelfsprekend.” Voor de donateurs hebben deze stichtingen een groot bijkomend voordeel. “We zijn stuk voor stuk relatief klein, met enkele mensen in vaste dienst en verder veel freelancers en een heleboel vrijwilligers met wie we de projecten realiseren,” zegt Tim Trooster. “Dat betekent dat er geen geld aan de strijkstok van de marketing en organisatie blijft hangen. Onze wervingskosten zijn heel laag, zodat elke gedoneerde euro werkelijk rechtstreeks naar het doel zelf kan gaan.” En aangezien het ook nooit gaat om vele duizenden, anonieme schenkers, zijn de stichtingen ook in staat een persoonlijk contact te onderhouden met veel donateurs. “Wij hebben vooral trouwe schenkers, mensen die ik dan ook persoonlijk heb leren kennen en met wie ik een band onderhoud,” zegt Nico de Gier. “Ook als hun aantal stijgt, wil ik op die manier met donateurs blijven omgaan.” 

En tot slot is er nog een reden om het werk van stichtingen zoals deze te steunen: we kennen allemaal ouderen, of het nu onze eigen ouders of grootouders zijn, buren of vrienden, én we worden zelf allemaal oud, vroeg of laat. Tegen die tijd zullen we willen dat cultuur en kennisvergaring ook voor ons middelen zijn om onze geest actief te houden en daarmee ons leven zinvol. In dit geval sluiten eigenbelang op termijn en altruïsme in het heden elkaar dus absoluut niet uit. 


journalist
Bert Vredeveld
Heb je een vraag?

Bert Vredeveld