Donaties en nalatenschappen harder nodig dan ooit
Goede doelen die actief zijn op het gebied van ontwikkelingshulp hebben het lastig. Door klimaatverandering en de oorlogen in het Midden-Oosten, Oekraïne en Soedan zijn de noden groter dan ooit. Tegelijkertijd bezuinigen overheden in binnen- en buitenland fors op financiering voor deze organisaties. De menselijke tol in ontwikkelingslanden is groot. Om toch hun levensreddende werk te kunnen blijven verrichten, doen organisaties steeds vaker een beroep op donateurs.
Lang was Nederland een van de meest vrijgevige landen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Al in 1965 begon de Nederlandse overheid met de medefinanciering van particuliere organisaties die ontwikkelingshulp verleenden. In eerste instantie ging het gros van het geld naar vier organisaties: Novib, Cordaid, Hivos en ICCO. Strikte voorwaarden aan de besteding werden er nog niet gesteld. Dat veranderde rond de eeuwwisseling. Toen werd bovendien een vijfde organisatie toegevoegd: Plan International.
In 2003 werden naast centrale financieringsstelsel thematische potjes met subsidiegeld geïntroduceerd. Organisaties moeten met elkaar concurreren om in aanmerking te komen voor deze fondsen. Ongeveer 70% van het subsidiegeld voor particuliere organisaties zit tegenwoordig in deze thematische potjes of wordt via ambassades toegekend. De rest komt uit de medefinanciering - in de periode 2020-2025 was dit ongeveer 1,5 miljard euro.
Spannende periode
Met het aantreden van het Kabinet Schoof en Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Reinette Klever (PVV), in juli 2024, brak een spannende periode aan. Klever moest het nieuwe subsidiebeleid voor de periode 2025-2030 gaan vormgeven en haar partij stond niet positief tegenover ontwikkelingssamenwerking.
‘Minister Klever heeft een aantal fundamentele veranderingen doorgevoerd, zowel inhoudelijk als financieel,’ zegt Dr Lau Schulpen (Radboud Universiteit). ‘Tien jaar was de lijn dat ngo’s een politieke rol hadden. Door druk uit te oefenen op overheden en bedrijven konden bijvoorbeeld de oorzaken van armoede worden aangepakt. Organisaties konden lobbyen voor een betere wereld. Klever zei: dat lobbyen is onwenselijk. Zij vond het effectiever om dienstverlening te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van gezondheidssystemen of het zorgen voor schoon drinkwater.’
Volgens Schulpen zat er echter wat anders achter. Minister Klever verstond onder beleidsbeïnvloeding vooral dat organisaties rechtszaken beginnen tegen de overheid. En daar waren de kabinetspartners BBB en PVV fel op tegen. Schulpen: ‘We hadden dus te maken met een minister die haar weerzin tegen maatschappelijke organisaties niet onder stoelen of banken stak. Met de consequenties daarvan hebben we tot op de dag van vandaag te maken.’
Grote bezuiniging
Liana Hoornweg, directeur van Partos, met meer dan honderd leden de grootste koepelorganisatie van organisaties die werken aan internationale rechtvaardigheid en solidariteit, merkte aan den lijve dat de minister het niet in de sector zag zitten.
‘We hebben wel geprobeerd de bezuinigingen te voorkomen,’ zegt Hoornweg. ‘Maar we zaten in de realiteit dat we een minister hadden die niets wilde. Dan wordt lobbyen erg moeilijk. Partos heeft een breed netwerk in de politiek. Alleen had vrijwel niemand toegang tot de minister. Het waren echt twee nare jaren.’
Uiteindelijk resulteerde de missie van minister Klever in een nieuw beleidskader en een aantal forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. De centrale financiering gaat in de periode van 2026-2030 van 1,5 miljard naar 600 miljoen euro. Schulpen: ‘Een aderlating van 60%. Een disproportioneel grote bezuiniging. Als je dit afzet tegen totale bezuiniging op het budget van het ministerie zijn de ngo’s fors harder geraakt.’
Schulpen verwacht een grote krimp in het aantal organisaties dat uit de centrale financiering wordt gefinancierd, deels omdat als alliantie indienen in het nieuwe Focus-stelsel (tot 2025 heette dit: Versterking Maatschappelijk Middenveld) niet langer kan. ‘Als ik alle nieuwe regels meeneem verwacht ik dat nog ongeveer 20 tot 30 organisaties gefinancierd kunnen worden. Dat is 10% van wat het daarvoor was.’
In totaal zal er 2,4 miljard euro worden bezuinigd op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel daarvan gaat in per 2027. Hoornweg: ‘Er is heel veel schade aangericht. En helaas is afbreken gemakkelijker dan herstellen.’
Ontslagen en reorganisaties
De consequenties voor de sector zijn groot. Organisaties die hun projectfinanciering in 2025 zagen aflopen moesten gaan afslanken. ‘Grote ingrepen waren onontkoombaar,’ zegt Hoornweg. ‘Er zijn heel veel ontslagen gevallen. Ongeveer een derde van onze leden heeft flink moeten reorganiseren. Er is vrijwel geen organisatie ongeschonden uit de strijd gekomen.’
Schulpen: ‘In sommige gevallen zal het wegvallen van financiering leiden tot opheffing van organisaties. Het is ook mogelijk dat de verschraling leidt tot meer fusies of een herbezinning op wat goede doelen doen.’
In een tijd waarin de klimaatproblematiek zich steeds meer doet voelen, er oorlogen woeden op meerdere plekken in de wereld, en het eigenbelang in westerse landen de boventoon begint te voeren, moet met minder geld een groeiende problematiek worden aangepakt. Daar komt bij dat niet alleen de Nederlandse regering op ontwikkelingssamenwerking bezuinigt. In de Verenigde Staten is USAID, een belangrijke financier van projecten in ontwikkelingslanden, vrijwel ontmanteld. De VS heeft daarnaast haar bijdrage aan de Verenigde Naties teruggeschroefd. Sida, de ontwikkelingstak van de Zweedse regering, heeft haar budgetten ook zien krimpen. Datzelfde geldt voor de Britse overheid. De EU gaat de komende jaren eveneens fors snijden in subsidies voor noodhulp en ontwikkeling.
Vluchtelingen verpieteren
In landen die in de knel zitten heeft het deels opdrogen van buitenlandse steun grote gevolgen. KlaasJan Baas is woordvoerder van de Nederlandse noodhulporganisatie ZOA. Hij was enkele weken terug in een vluchtelingenkamp in Oeganda. Wat hij daar zag stemde hem niet vrolijk.
‘Vanwege teruglopende subsidies zijn veel ngo’s uit de kampen weggetrokken,’ zegt hij. ‘We zien de omstandigheden verslechteren. UNHCR en WFP hebben hun voedselrantsoenen enorm afgebouwd. De criteria zijn verscherpt, waardoor er bijna geen basisvoorzieningen meer zijn. Het gevolg van deze schaarste is dat de criminaliteit in zo’n kamp toeneemt.’
In Jemen zijn de problemen eveneens schrijnend, zegt Baas.
‘Onze directeur is daar net op veldbezoek geweest. Dat land zit aan de grond. Miljoenen mensen zitten er als binnenlandse vluchteling in kampen terwijl veel buitenlandse organisaties wegtrekken. Ze zitten er gewoon te verpieteren en voelen zich vergeten door de wereld.’
14 miljoen extra doden
ZOA, dat van noodhulp tot wederopbouw werkt, kan dit niet allemaal opvangen. De organisatie probeert in vluchtelingenkampen daarom te werken aan lange termijn weerbaarheid. Dus: ondernemerschap en zelfredzaamheid. Zelf eten verbouwen en zelf geld verdienen.
Niet alleen het oplossen van problemen wordt dankzij het opdrogen van fondsen steeds moeilijker, ook het voorkomen ervan staat onder druk. Baas was in het kamp in Oeganda aan het begin van de Ebola-uitbraak en hoorde er zorgelijke geluiden. ‘De directeur van de UNHCR in Oeganda vertelde mij dat er geen geld meer is voor preventieve maatregelen. Het is moeilijk te zeggen wat precies de impact is van de krimpende geldstromen. Maar dat er slachtoffers vallen staat vast.’
In een artikel in medisch tijdschrift the Lancet deed een groep wetenschappers eind 2025 toch een poging om de menselijke tol te kwantificeren. De auteurs voorspellen dat in de periode 2025 – 2030 door het wegvallen van USAID ruim 14 miljoen mensen extra zullen sterven, waaronder 4,5 miljoen kinderen jonger dan 5 jaar. De menselijke tol is bijna niet te bevatten.
Focus op eigenbelang is kortzichtig
De nieuwe focus op eigenbelang en het financieel afknijpen van de ontwikkelingssector is kortzichtig en pakt averechts uit, denken Schulpen en Baas. Want ontwikkelingshulp is ook in geopolitieke zin van belang. Het is een vorm van soft power. Als gevolg van de westerse bezuinigingen krijgen landen als China en Rusland meer invloed in het mondiale Zuiden. We helpen dus niet alleen uit solidariteit en verantwoordelijkheidsgevoel. Ook geopolitiek gezien is het in ons eigen belang om te helpen.
Ondanks het feit dat haar inkomsten uit diverse bronnen komen wordt ook ZOA geraakt door de bezuinigingen. De organisatie heeft daarom een beroep gedaan op haar achterban. Met succes, zegt Baas. ‘Wij zien de donaties toenemen. Dat heeft ermee te maken dat onze achterban trouw is en gecommitteerd aan ons werk. Als christelijke organisatie onderhouden we een goede band met onze achterban. Als wij vragen om een extra stapje te zetten, gebeurt dat vaak ook. Toen ik acht jaar terug bij ZOA begon, kwam 80% van ons budget van overheden. In 2025 was dit gezakt naar 67%. Dat komt niet alleen doordat overheidsbijdragen dalen, maar ook door een substantiele stijging van particuliere donaties.’
Ondertussen moeten de ontwikkelingsorganisaties door. Er moet gewerkt worden met een nieuwe minderheidsregering die de bezuinigingen van het vorige kabinet gaat uitvoeren. Wat Liana Hoornweg betreft is de nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sjoerd Sjoerdsma (D66), van goede wil. Op 8 april vond een overleg met de minister plaats waarbij 60 organisaties aanwezig waren. Waar Reinette Klever de dialoog uit de weg ging, gaat Sjoerdsma het gesprek weer aan. Hoornweg: ‘Hij zei: jullie kennis is van meerwaarde. Ik ben geïnteresseerd in wat jullie te zeggen hebben. Dat gesprek is er twee jaar niet geweest.’
Komende jaren worden moeilijk
Baas heeft weinig hoop op het terugdraaien van de bezuinigingen. ‘Minister Sjoerdsma moet die nog door de Kamer loodsen, maar het besluit is al genomen en er is geen meerderheid om de bezuinigingen terug te draaien. Met de “kasschuif” is geprobeerd het leed wat te verzachten. Er is wat geld uit 2031 naar voren gehaald. Maar dat is een schijntje in vergelijking met de grote bezuinigingen die komen gaan. De komende jaren zullen moeilijk worden.’
Voor organisaties die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking wordt het een hele kunst om de weggevallen subsidies te compenseren. De concurrentie om particuliere donaties is hevig. En dat geldt ook voor de dans om subsidies bij buitenlandse overheden. Ook in het buitenland wordt namelijk bezuinigd en dan zal er eerder worden gekozen voor “eigen” ngo’s en lokale organisaties in het mondiale Zuiden dan voor Nederlandse organisaties.
Lau Schulpen: ‘Het is ook niet te verwachten dat bedrijven in deze economische onzekere tijden het verschil gaan maken.’
Steun donateurs belangrijk
Baas: ‘Wat onze achterban heeft gedaan vergoedt een beetje. Het stelt ons in staat om toch op bepaalde plekken op de wereld te kunnen blijven helpen. Maar het vervangt de grote bedragen uit subsidies nooit helemaal. Uiteindelijk zal de nood zo groot worden, dat overheden niet meer afzijdig kunnen blijven. Hopelijk keert de wal het schip. In de tussentijd is het belangrijker dan ooit dat donateurs ons blijven steunen, zodat we kunnen doorgaan met het lenigen van noden.’
‘We kunnen niet boos blijven,’ zegt Hoornweg. ‘Wij zijn idealisten: we willen problemen aanpakken. Dat doen we vanuit de hoop en het geloof dat we met elkaar wereldwijd kunnen werken aan stabiliteit, vrede en economisch perspectief.’
