Een monument is een geheugen in steen

Bij  de Landelijke Federatie Het Behouden Huis zijn organisaties aangesloten die zich met stadsherstel en monumentenzorg bezighouden samen om hun gezamenlijke belang beter onder de aandacht te brengen van overheden. Ons erfgoed heeft dat hard nodig. De komende jaren komen er steeds meer panden op de markt die deskundig gerestaureerd en geëxploiteerd moeten worden. Zonder subsidies, maar ook zonder particuliere donaties, is dat onmogelijk. De rol van de burger bij het behoud van historische panden is moeilijk te overschatten.   

Tekst: Jeroen Kuypers

Als we het beheer van ons bouwkundig erfgoed volledig zouden overlaten aan de vrije markt zou de sloophamer overuren maken. De schuldige is dan niet een gebrek aan interesse maar een ontbrekend  verdienmodel. “Je kunt een historisch pand opknappen en vervolgens verhuren; je zult daar financiering voor kunnen vinden bij banken en toch altijd een, wat wij nemen, onrendabele top houden. Daarom schrikken commerciële partijen er voor terug. Om ook die top te financieren hebben we subsidies en donaties nodig,” zegt Arno Boon, directeur van BOEi, de Nationale Maatschappij tot Restaureren en Herbestemmen van Cultureel Erfgoed.

Verhalen verzamelen

In 2020 bestond BOEi vijfentwintig jaar. In die kwart eeuw heeft BOEi tal van monumenten een nieuwe toekomst gegeven, zoals de voormalige hoofdzetel van DSM in Delft, een pand uit 1907, maar ook tal van kerken, kloosters, boerderijen en zelfs voormalige fabrieken. “Om zo’n pand een nieuwe bestemming te geven moet je het niet alleen bouwkundig bekijken maar ook in zijn maatschappelijke context, anders lukt het niet. Wij betrekken altijd de buurt bij ons project en we beginnen met het verzamelen van verhalen over het gebouw. Een monument is in wezen een geheugen in steen. Sommige fabrieken staan al zo lang leeg dat jongeren het pand niet eens als zodanig herkennen. Welk kind heeft nog een fabrieksschoorsteen zien roken? Je moet de historische wortels zien te behouden en de maatschappelijke meerwaarde terug zien te ploegen in de herbestemming.”

Hybride bestemming

Het ene pand laat zich makkelijker herbestemmen dan het andere. “Voor een kerk in de binnenstad van Amsterdam kun je vrij gemakkelijk bestemming vinden ” zegt Onno Meerstadt, directeur van Stadsherstel Amsterdam, de restaurerende organisatie die al 65 jaar monumentale panden redt in en 45 kilometer rondom Amstedam “maar voor een dorpskerk in Noord-Holland is de animo veel kleiner. Waar de onrendabele top bij stedelijke monumenten tussen de 10 en de 40% ligt, kan die bij veel plattelandskerken oplopen tot wel 100%. In feite hebben die een negatieve marktwaarde. In het geval van de Amstelkerk in Amsterdam –ons eigen kantoor- kwamen we tot een hybride bestemming: een deel wordt gebruikt als kantoorruimte, een deel is omgebouwd tot woningen, een deel wordt gebruikt voor sociaal-culturele evenementen en tenslotte wordt er zondags ook nog steeds gekerkt of gehuwd, gedoopt enzovoorts. Zo’n pand wordt dan optimaal gebruikt. En dan nog kan het niet sluitend worden geëxploiteerd zonder subsidies en donaties van particulieren. Gelukkig hebben we dat er in Nederland voor over en steunen particulieren ons met donaties en legaten bijvoorbeeld via onze Vriendenvereniging.”

Publiek toegankelijk

De geschiedenis van het monumentenherstel is dan ook een glorieuze. Stadsherstel Amsterdam werd in 1956 als eerste Stadsherstelorganisatie opgericht door particulieren om paal en perk te stellen aan de al te drastische moderniseringsplannen van het gemeentebestuur. Zonder de Stasherstellen  zouden grote delen van binnensteden  er uit zien als de Weesperstraat in Amsterdam, met zijn kantoorkolossen. Tientallen jaren lag de nadruk bij Stadsherstel Amsterdam op het opknappen van historische panden in dwarsstraten en stegen en nog steeds vormen woonhuizen belangrijke objecten. Soms worden daarvoor mooie constructies bedacht, zoals voor kunstschilder Clemens Merkelbach van Enkhuizen en diens Amsterdamse grachtenpand. “Merkelbach had het geld niet om funderingsherstel aan zijn huis en atelier te bekostigen. Hij heeft het huis aan ons geschonken  en in ruil daarvoor mag  hij er tot zijn dood blijven wonen en hebben  wij het funderingsherstel en de restauratie voor onze rekening genomen. Bovendien heeft Merkelbach nog een andere wens in vervulling zien gaan: het pand krijgt na zijn dood opnieuw een bestemming als atelier krijgen, maar dan voor meerdere kunstenaars. Op die manier hebben wij wel meer monumenten voor een betaalbare prijs of als legaat of schenking kunnen verwerven én voor het publiek toegankelijk gehouden. Panden die anders de deuren gesloten zouden houden.”

BOEI-obligatie

Ook bij BOEi is deze vorm van meedenken niet ongewoon. Volgens Arno Boon zijn geduld en vindingrijkheid belangrijke eigenschappen van iedereen die er zijn missie van heeft gemaakt monumenten te behouden. “Ik heb in de jaren dat ik actief ben in deze sector al meer dan eens ondervonden dat drie keer rechtsaf ook linksaf is. Je moet plezier hebben in het werk en je moet je omringen met specialisten op andere gebieden dan alleen bouwkunde. Heel belangrijk voor ons zijn ook de donateurs. We hebben een vriendenstchting en voor mensen die ons méér geld ter beschikking willen stellen, maar dat wensen te investeren in plaats van schenken, hebben we de zogeheten BOEi-obligaties in het leven geroepen. Die geven we uit vanaf € 5000,- en we bieden daarop een gegarandeerd rendement van 2%. Dat is heel wat meer dan de bank op een spaarrekening biedt. Maar voor ons is dat geld van particulieren nu eenmaal zeer belangrijk, naast de subsidies van de overheid. Het gaat immers niet alleen om de nominale bedragen zelf, het gaat ook om de hefboomwerking die ze hebben bij onze onderhandelingen met de banken. “

Emotionele band

Die hefboomwerking bestaat er op het vlak van het individuele pand en op dat van het nationale monumentenherstel. De diverse overheden stellen samen honderden miljoenen euro’s aan subsidie ter beschikking. Voor een leek lijkt daarmee de kous af, maar dat is ze niet. “Als we alleen al kijken naar het aantal boeren dat de komende jaren het bedrijf zal beëindigen en naar het tempo van de ontkerkelijking, dan zullen er duizenden prachtige historische panden leeg komen te staan,” stelt Arno Boon. “Restauraties kosten zo’n € 1500,- per vierkante meter, dus reken maar uit hoeveel geld er nodig zal zijn. En de onrendabele top zal opnieuw door particulieren worden gefinancierd, in de vorm van donaties en legaten.” Volgens Onno Meerstadt is het daarom belangrijk de emotionele band tussen donateur en pand te versterken. “Wij organiseren bezoeken en open dagen zodat onze donateurs met eigen ogen kunnen zien hoe hun geld is besteed. Soms brengt het mensen ook op ideeën. ‘Dat is wat ik wil met mijn eigen pand!’ Dan kunnen we vervolgens met elkaar om tafel om te zien hoe we dat regelen. Wéér een pand behouden voor de samenleving en wéér een eigenaar tevreden dat zijn nalatenschap in steen niet verloren gaat.”    

Landelijke Federatie Het Behouden Huis - federatiebehoudenhuis.nl